|
Laatste dag
We drinken wat overblijft.
De glazen verdwijnen
alsof ze dat zelf al wilden.
Morgen heet de laatste dag.
Niemand legt uit waarom.
Het motto hangt losjes in de lucht:
alles mag,
niets hoeft.
Het zorgt voor zichzelf.
Er is geen kinderkamer meer.
De zin wordt gezegd
zonder gewicht,
maar de ruimte hoort hem.
Ik zei ooit
dat ik hem niet nodig had.
De kamer geloofde me.
Dat was genoeg.
Wat er nog is
ligt niet op voorraad.
Het is wat men eerder
al had laten liggen.
Muskaat.
Alles op.
Een smaak die blijft
wanneer het gerecht al weg is.
Naar huis gaan
is geen plaats,
maar een gebaar.
Glazen leeg.
De avond blijft.
|